Veiligheidstips voor gebruik van Shell Gas flessen

1. Zet hem rechtop:
Plaats een fles of cilinder ALTIJD rechtop, dus met de afsluiter naar boven gericht. Doe dit zowel tijdens de opslag als bij het gebruik. Gebeurt dit niet, dan bestaat het risico dat onbedoeld vloeibaar gas ontsnapt. Omdat 1 liter vloeibaar gas ongeveer 250 liter propaan / butaan damp oplevert, ontsnapt dan onbedoeld een enorme hoeveelheid energie die tot zeer gevaarlijke situaties kan leiden. Zorg ook voor de stabiliteit en ter voorkoming van aantasting voor een droge en harde ondergrond.

2. Niet in de kelder:
Propaan / butaan damp zwaarder dan lucht. Zet de fles of cilinder dus NOOIT in lager gelegen ruimtes om ophoping van gas bij een onbedoelde lekkage te voorkomen.

3. Houd hem koel:
Zet een fles of cilinder bij voorkeur niet in de zon en in de buurt van hete objecten. Dit voorkomt drukopbouw in de fles of cilinder.

4. Ventileer goed:
Zorg voor een goede ventilatie van de opslagruimte om wederom ophoping van gas bij een onbedoelde lekkage te voorkomen. Ventileer ook de omgeving waar de verbranding van de propaan of butaan plaatsvindt omdat bij de verbranding van het gas lucht wordt gebruikt en verbrandingsgassen worden geproduceerd. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot een onvolledige verbranding van het gas waarbij het zeer giftige en reukloze koolmonoxide kan ontstaan.

5. Controleer de aansluiting:
Controleer voor aansluiten altijd of contactvlakken schoon zijn en de juiste afdichtingsringen aanwezig zijn. Wees wijs: Na het aansluiten ALTIJD de gemaakte aansluitingen met zeepsop controleren op gasdichtheid. Gebruik NOOIT lucifers een sigaret of andere vormen van vuur.

6. De afsluiter:
ALTIJD met de hand opendraaien of sluiten (zie de draairichting op het handwiel). Sleutel NOOIT aan een fles of cilinder met gereedschap. Gebruik geen fles of cilinder met een beschadigde afsluiter maar neem dan contact op met uw Shell Gas wederverkoper of leverancier.

7. Na gebruik:
Draai de afsluiter voor het afkoppelen van een ‘lege’ fles of cilinder ALTIJD dicht. Voorzie de lege fles of cilinder nadien weer van de bijbehorende kap (tenzij het een kraagfles of cilinder betreft). Behandel een lege fles of cilinder als een ‘volle’ daar deze altijd nog restprodukt met dezelfde stofeigenschappen bevat.

8. De gasslang:
Gebruik ALTIJD goedgekeurde gasslangen en controleer of deze niet beschadigd of poreus is.

9. De gasdrukregelaar:
Gebruik ALTIJD de juiste gasdrukregelaar en / of een doorstroombegrenzer (zie het typeplaatje en gegevens van het verbruikerstoestel voor de noodzakelijke gasdruk). Pruts niet aan een afstelling van een regelaar.

10. De gasinstallatie:
Laat een installatie ALTIJD door een door een erkende propaangasinstallateur voor propaan / butaan installaties aanleggen.

11. De Shell Gas butaanfles:
Gebruik GEEN butaanfles als de omgevingstemperatuur van de fles lager is dan 5°C. De temperatuur ligt dan te dicht bij het kookpunt van butaan (ca. 0°C). Hierdoor geeft de fles onvoldoende druk en dus energie. Het lijkt er dan op of het gas ‘niet goed is’ of dat de fles ‘leeg’ is. Echter het ligt dan puur aan de stofeigenschap van butaan en niet aan de kwaliteit van het gas of aan de gebruikte apparatuur.